Installaties
Bij installaties die ik in opdracht op locatie maak, heb ik meestal een globaal plan, dat ik echter loslaat zodra ik begin. Ik start met wat er is, reageer op de omgeving, neem afstand, kijk, voel en werk verder.
In mijn werk komen vaak ritme en herhaling voor, maar ook ontmoeting en verbinding. Ik streef naar balans of de spanning van het net niet in balans zijn, naar een afwisseling van zwaar en licht, naar hoop en speelsheid. Ik wil werk maken dat ‘klopt’ met de plek. Werk waarin bezoekers opgaan. Soms letterlijk omdat ze de ruimte binnengaan, zichzelf even vergeten en geborgen voelen. Ik streef er naar dat ze zich verwonderen, een meditatieve ervaring beleven, geraakt worden en zich verbinden. Door het werk kijken ze anders naar de bomen, naar de natuur, en voelen ze even hoe intensief ze daarmee verbonden zijn.
Meer onbewust dan bewust maak ik onderlinge, onzichtbare verbanden in de natuur zichtbaar. Op bewust niveau geef ik zelf meestal geen diepere betekenis aan het werk. Maar die blijkt er voor de beschouwer vaak wel te zijn.
Een sleutelwerk in deze groep is de installatie ‘Verbinding‘ die ik in 2016 in Culemborg maakte. Toen ontdekte ik het indrukwekkende effect van een grote hoeveelheid draden.
Ik werk vaak met draden. Maar ik gebruik ook andere materialen: natuurlijke materialen zoals wilgentenen, jute, leem, maar ook het synthetische organza, dat met zijn speelsheid, transparantie en schittering in het oog springt en licht in het werk brengt. Het voordeel van synthetisch materiaal is dat ik het vaak kan hergebruiken, en dat doe ik ook.





















